10 RI - 14 mei - terugtocht ( Stafwerkinformatie )

De terugtocht van 10 RI had door enkele omstandigheden een weinig gunstig verloop, want na afloop waren te Jutphaas voor de bezetting van het aangwezen Oostfront-gedeelte ( bedoeld Oostfront van de Vesting Holland ) slechts beschikbaar:

Staf - 10 RI, 10e compagnie Mortieren, 10e compagnie PAG;

Van I - 10 RI: Staf, 1e compagnie ( grootste deel ), 2e compagnie 9 vrij volledig ), 3e compagnie ( min een sectie; de compagniescommandant ( kapitein Dirk Sluis ) was gesneuveld ), Mitrailleur-Compagnie ( voor zover valt na te gaan 3 secties ).

Van II - 10 RI: practisch niets;
Van III - 10 RI: Staf, een sectie van de 1e compagnie, 2e compagnie ( vrij volledig ), een sectie van de 3e compagnie en slechts enkele stukken van de M.C ( mitr.comp ).

De commandant - 10 RI ( overste vd Briel ) had de volgorde van voor de terugtocht bepaald: voor I en II ( min de onderdelen onder bevel van de commandant - I - 19 RI ( majoor Meierman, zie flankstelling / 13 mei ); keukentreinen, bezetting stoplijn en tussenverdediging ( 19.00 uur ), bezetting frontlijn ( min scherm dat de terugtocht moest dekken ) ( 20.00 uur ), scherm ( met aanbreken van de dag ).
Er was niet bepaald, dat de bataljons zich ergens op de marsweg moesten verzamelen, zodat noodgedwongen onderdelen van de verschillende bataljons door elkaar moesten komen.

Voor II - 10 RI, het voorpostenbataljon, was bepaald, dat dit twee uur voor het dag worden de opstellingen moest verlaten.
Aan commandant I - 19 RI ( majoor Meierman ), belast met het bevel over de flankstelling, zie 13 mei ), was opgedragen twee uur voor de schemering terug te trekken.
In de onder diens bevel staande stelling waren, zoals reeds is meegedeeld, onderdelen uit de tussenverdediging en de stoplijn van 10 RI geplaatst en wel: commandant 3 - I ( kapitein Sluis ) met een sectie en een sectie zware mitrailleurs, commandant 3 - III ( kapitein Kooi- Stra ) met 2 secties van 3 - III, een sectie van 2 - III en 5 zware mitrailleurs, 2 - III ( min een sectie ).
In de Hoofdweerstandsstrook was het z.g oostftont, na het vertrek van commandant 2 - III ( luitenant Kloosterman ) naar la Montagne, overgedragen aan commandant MC ( kapitein Tuyn ), die daar onder zijn bevel hield: MC ( min 2 stukken ), een stuk - 14 MC en een sectie van 3 - III en het administratief - en keukenpersoneel van 2 - III.
De afmars van de onderdelen van III - 10 RI in de frontlijn en het z.g oostfront was niet duidelijk geregeld, zodat de commandanten van de 1e compagnie ( luitenant Budke ) en de MC in onderlinge afspraak eerst te 1.00 uur afmarcheerden langs de voorgeschreven route, behalve de sectie van 3 III, die over de Roode Haan ( bij Veenendaal ) trok en te Houten is aangekomen.
De commandant van 2 - III - 10 RI ( luitenant Kloosterman ) , ingedeeld bij de flankstelling, doch in 2e lijn opgesteld bij La Montagne, had, toen hij delen van 10 RI zag wegtrekken, zich daarbij aangesloten.

Nagenoeg alle onderdelen, die kort na de morgenschemering vertrokken, kregen ontmoetingen met de Duitsers in de omgeving van Amerongen en Leersum.

-De voorpostencommandant, commandant - II - 10 RI ( majoor Claessen ), van wiens bataljon een compagnie tirailleurs ( infanteristen ) en 2 secties zware mitrailleurs in de Hoofd- Weerstandsstrook waren geplaatst ( waarvan geen gegevens voorhanden zijn ), had na het ontvangen van het bevel voor de terugtocht, zijn ondercommandanten nauwkeurige bevelen gegeven, doch had in verband met vijandelijk vuur, dat op de kunstweg Ede - De Klomp lag, de marswegen daarna doen wijzigen.
Hij kreeg, bij het opgegeven verzamelpunt bij Prattenburg, slechts bij elkaar: zijn Staf, 2 zware mitrailleurs, 3 secties uit zijn rechtervak ( zoals dat bestond in de voorposten ), 2 secties uit het middenvak en de bediening van een sectie 6 veld. Van het linkervak was de terugtocht door de Duitsers afgesneden.
Op weg naar Houten hield hij rust bij Leersum, waar enige wielrijders uit de richting Rhenen waarschuwden dat de Duitsers in aantocht waren. Hij liet zijn troepen dekking zoeken, doch doordat enkelen vuur afgaven op voorbij-trekkende pantserwagens en motorrijders, werd hij ontdekt en onder vuur genomen. Hierbij sneuvelden een officier van Gezondheid, 3 onderofficieren, 2 korporaals en 3 soldaten, Behalve enkelen, die wisten te vluchten, werd de bataljonscommandant met zijn troep daarna gevangen genomen.

Bij III - 10 RI was de op de vorige blz. bedoelde, gezamenlijke terugtocht van de detachementen onder bevel van de commandant 1e compagnie ( luitenant Budke ) en de commandant MC ( kapitein Tuyn ), eerst in de nanacht aangevangen. Toen deze noord van Amerongen kwamen, werd er nabij de kunstweg gevuurd en nabij de Donderberg ( noord van Leersum ) onymoetten zij een kapitein, een luitenant en 13 onderofficieren en soldaten van II - 10 RI, waarvan zij de overval op dat bataljon vernamen. In verband hiermee werd de route gewijzigd naar het N.W bij Huis te Maarn (1 1/2 km Z.O van Maarn, 1 1/2 N.O van Doorn ) werd rust gehouden, waarbij bleek dat de sectie achterhoede niet aanwezig was. Deze was afgesneden en door de Duitsers gevangen genomen.
Tijdens deze rust werd het detachement ingehaald door de commandant 3 - III - 10 RI (kapitein Kooistra ) met 2 secties van zijn eigen compagnie, een sectievan 2 - III en 5 zware mitarilleurs, die op het door de commandant I - 19 Ri ( majoor Meierman ) aangegeven tijdstip de flankstelling had verlaten, nabij Leersum eveneens contact met de vijand had gehad En bij Huis te Maarn aankwam te zamen met een detachement, waarbij zich de commandanten van 1 - en 3 - III - 10 RI ( luitenant Budke en kapitein Kooistra ) bevonden. Er had toen een bespreking plaats tussen de leidende officieren, waarvan het resultaat was, dat men zich in kleinere groepen zou trachten door te slaan, na de zware mitarilleurs, die voor de vermoeide troep een blok aan het been vormden, te hebben onbruikbaar gemaakt.
De commandant van de 1e compagnie ( luitenant Budke ) en de commandant MC - III - 10 RI ( kapitein Tuyn ) trokken met een groep naar Maarn en voorzagen zich daar van rijwielen en auto's, waarna de commandant MC - III - 10 RI ( kapitein Tuyn ) met het grooste deel over Amersfoort naar Muiden reed; de commandant van 1 - III - 10 RI ( luitenant Budke ) trok met de wielrijders in de richting Soesterberg, doch trof bij Zeist een afdeling van 200 a 300 man aan, die de wapens hadden neergelegd en waarvan de officieren hem aanraadden, hetzelfde te doen. Tijdens het gesprek waren zijn wielrijders verwenen ( deze hebben de weg Utrecht - Amersfoort bereikt, hebben een auto weten te bemachtigen en zijn hiermee via Hilversum naar Haarlem ( het mobilisatiecentrum van 10 RI ) gereden ) zodat de kapitein met een sergeant ( een aanvankelijk een luitenant met een soldaat van 19 RI, die hij weer kwijt raakte ) over Laren naar het Oostfront van de Vesting Holland reed, waar hij door een eskadron van 5 RH, hoewel in uniform, werd ontwapend en gearresteerd.
De commandant MC - III - 10 RI ( kapitein Tuyn ) trok met zijn personeel op auto's via Hilversum naar Amsterdam.

De commandant van 3 - I - 10 RI ( kapitein Sluis ) , in de flankstelling, had geen bevel voor de terugtocht ontvangen en had geweigerd in te gaan op de geruchten over de terugtocht. Hij werd omstreeks 5.00 uur ( gelijktijdig met het detachement van I - 20 RI bij Bergzicht ) overvallen en sneuvelde, evenals 7 man van zijn commandogroep ( waaronder tamboer MOLL ), de rest raakte verspreid .

Terug naar 10 RI